Rob’s afscheid – 4 november 2025
Dearly beloved, we are gathered here today to get through this thing called life.
Deze ene zin geeft zo mooi weer hoe belangrijk het is om het leven zo uitbundig mogelijk te vieren.
Velen van jullie zullen deze woorden herkennen als de openingszin van het nummer “Let’s Go Crazy” van het album Purple Rain van Prince.
Ik denk dat ik voorzichtig ben als ik zeg dat Rob waarschijnlijk dertig verschillende edities — legaal en illegaal — van dat album had.
Als ik me niet vergis, heeft hij bij een van zijn laatste bezoeken aan Prince’ favoriete platenzaak bij ons in Minneapolis, Electric Fetus, nog een exemplaar op de kop getikt.
Op mijn geheel zinloze vraag destijds:
“Waarom?”
antwoordde hij droogjes:
“Omdat ik deze editie of persing nog niet had, natuurlijk.”
En als hij dan toch in Minneapolis was, moest hij natuurlijk ook weer even langs bij Paisley Park.
Vandaag treuren we om Robs overlijden, dat veel te vroeg is gekomen.
Maar ik wil ook graag zijn leven vieren — en stilstaan bij de vele mooie momenten die het zo de moeite waard hebben gemaakt.
________________________________________
De muziek van Prince loopt als een rode draad door de tijdslijn van onze vriendschap.
Het begon allemaal in Utrecht in 1987, bij het eerste concert dat we met z’n drieën bezochten: Sign o’ the Times.
We hebben sindsdien ‘tig’ concerten van Prince bezocht, in binnen- en buitenland.
Zodra er een nieuwe concertreeks werd aangekondigd, stonden we in de rij voor kaartjes.
Voor ons was één concert meestal voldoende.
Voor Rob lag dat anders.
Als Prince vier keer in Ahoy kwam, waarom zou je dan maar één keer gaan als je ook vier keer kunt gaan?
Je hebt altijd baas boven baas.
Muziek was in het algemeen ontzettend belangrijk voor Rob.
Hij heeft ons vaak meegesleept naar concerten van bandjes die we niet kenden, maar we vertrouwden op zijn kennis — van muziek, maar ook van onze muzieksmaak.
Niet al zijn muziek was ook ónze muziek, maar hij had het vaak bij het juiste eind.
________________________________________
Ik leerde Rob kennen aan het begin van onze middelbare schooltijd.
Het moet ook verkiezingstijd zijn geweest toen ik voor het eerst naar huize Van de Griend aan de Moye Keene ging.
In die tijd kreeg je van iedere politieke partij een poster in de brievenbus, zodat je duidelijk kon maken aan de buurt welke partij jouw stem zou krijgen.
Dat zou tegenwoordig waarschijnlijk voor wat problemen zorgen.
Aangekomen bij de familie Van de Griend zag ik dat er niet één, maar wel tien posters van allerlei verschillende partijen op het raam waren geplakt.
Toen wist ik het meteen: hier wonen mensen met een goed gevoel voor humor. Dat komt goed.
En het kwam goed.
Humor is een van de redenen waarom we al bijna vijftig jaar vrienden zijn.
Humor die overigens ook best mag schuren en steken.
________________________________________
Rob kreeg zijn eerste baantjes, en zodra er een personeelsuitje werd georganiseerd, waren we met z’n drieën van de partij.
We waren nog zo jong en enthousiast dat we zelfs bereid waren zes uur in de bus te zitten naar Dierenpark Emmen — dat destijds zeker niet bekend stond als toeristisch hoogtepunt.
Maar nu is het een waardevolle herinnering aan een mooie tijd.
We hebben samen gevoetbald, we hebben talloze uren doorgebracht op de tennisvelden van West-Brabant, en we hebben veel gevolleybald.
We hebben zelfs samen een paar wedstrijden van de Timberwolves in Minneapolis bezocht.
De overeenkomst tussen al die activiteiten is natuurlijk dat er altijd een bar in de buurt was.
Sport was belangrijk voor Rob, maar het sociale aspect minstens zo.
Het leven is mooi — maar met een biertje erbij toch net wat mooier.
________________________________________
Sinds onze verhuizing naar Minneapolis, elf jaar geleden, zagen we elkaar niet meer wekelijks natuurlijk.
Maar als we samenkwamen met Rob, Susanne en de kinderen, was het meteen weer alsof we elkaar de week ervoor nog hadden gezien.
Er was natuurlijk meer om over bij te praten dan voorheen, maar het voelde altijd meteen vertrouwd.
Wat een vier prachtige kinderen zijn dat toch.
Dat brengt me vanzelf bij onze lieve vriendin Marie-Louise, die we nu alweer negen jaar vreselijk missen.
Ook die vriendschap koesteren we, en zij blijft voor altijd in ons hart.
________________________________________
Eén keer per jaar, in de zomervakantie, hadden Rob en ik al jaren een guys night out in Renesse.
Dat ging als volgt:
We begonnen in Café De Stulp met slechts één Paulaner, maar dat ging eigenlijk altijd fout.
Eén Paulaner is geen Paulaner.
Daarna gingen we ergens eten en vervolgens weer snel terug naar De Stulp.
Dan miste ik de laatste bus en mocht ik tien kilometer door de nacht naar huis lopen, terwijl Rob de fiets van Susanne liet stelen.
Gelukkig zijn er in Renesse genoeg Duitse toeristen, dus er is nooit gebrek aan verdachten.
De volgende dag schopte Susanne Rob vroeg uit bed om die fiets te zoeken — en vond hij hem vijf meter van waar hij dacht hem te hebben neergezet.
De Duitsers bleven alsnog verdacht.
En zo was er weer een waardevolle herinnering geboren die het altijd goed deed op elk feestje.
Onze eerste reis naar Renesse was overigens al 45 jaar geleden, op Robs oranje gekleurde Kreidler.
Helaas ontbreekt het me vandaag aan tijd om die avonturen ook nog met jullie te delen.
________________________________________
Op meerdere momenten — maar ook zeker tijdens onze guys nights out — heb ik hem verteld dat ik vond dat zijn kinderen zo ontzettend goed gelukt zijn.
Het is altijd leuk om ze erbij te hebben: stuk voor stuk knap, slim, sociaal en met een goed gevoel voor humor.
Op mijn vraag aan Rob hoe dat nou kwam, had hij uiteraard een verklaring.
Je hoort hem het al zeggen, hè?
Het mooie is dat je op onze leeftijd, tijdens een guys night out nota bene, ook over dit soort dingen praat.
Hij was het met me eens: ze zijn stuk voor stuk goed gelukt, en hij is zó trots op de mensen die ze zijn geworden.
Rob is een trotse vader.
________________________________________
Als we de tijd namen om terug te blikken, ging dat vaak over de mooie dagen en momenten in het leven.
Eén van die dagen wil ik eruit lichten: 2 juli 2010.
We waren die dag met onze geliefden in Amsterdam voor een openluchtconcert van Faithless op het Westergasterrein.
Het was een topzomerdag.
Het Nederlands elftal speelde die middag de halve finale tegen Brazilië.
We keken de wedstrijd in een kroeg: de eerste helft verliep dramatisch — 1-0 achter — maar in de tweede helft draaiden ze het helemaal om: 2-1 winst!
Wij allemaal, maar vooral Rob, waren door het dolle heen.
Rob nam het Nederlands elftal nogal serieus.
Heeft iemand van jullie, na een verloren wedstrijd, ooit tegen Rob gezegd:
“Ach, trek het je niet zo aan, het is maar een spelletje”?
Daarna nooit meer gedaan, hè?
Na die wedstrijd volgde een fantastisch concert, en we eindigden de nacht op een terras aan een Amsterdamse gracht met nog één biertje — de aller-, allerlaatste dan.
Wat een perfecte dag was dat.
Die dag kon alleen perfect zijn voor Rob omdat hij die kon delen met zijn grote liefde, Susanne.
In de beginjaren heeft hij wel eens tegen mij gezegd dat hij eigenlijk niet kon geloven dat Susanne in hem geïnteresseerd was.
Als goede vriend moest ik hem natuurlijk vertellen dat ik dat eigenlijk ook niet goed begreep…
Het bleek gelukkig toch echt zo te zijn.
Susanne heeft Rob echt gelukkig gemaakt.
Tot en met die laatste dagen had hij die verliefde blik in zijn ogen als Susanne naast hem zat en hij stil naar haar keek.
Wat een prachtig stel.
________________________________________
Rob, dank je wel voor vijftig jaar vriendschap.
Till we meet again.